Verslag van het tot stand komen van het Groot woordenboek
Portugees-Nederlands / Nederlands-Portugees
Door: Karolien van Eck
Datum: januari 2005
Op 15 november jl. hebben we in Utrecht een nieuwe set woordenboeken Portugees-Nederlands en Nederlands-Portugees gepresenteerd aan het publiek. In oktober 2003 hadden we tijdens de jaarlijkse Expolíngua in Lissabon een proefdruk van de woordenboeken al mogen presenteren, maar nu zijn ze er dan in hun uiteindelijke boekvorm. De woordenboeken zijn het resultaat van ruim 6 jaar werk (waaraan nog eens minstens 6 jaar overleg vooraf gingen), door een hecht team van 10 mensen, in opdracht van de CLVV (Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen, Taalunie). Vanuit Portugal is het project mede gefinancieerd door het Instituto Camões.
De medewerkers hadden allen meerdere jaren ervaring als vertaler. In de eindfase kregen we hulp van 2 student-assistenten. Dr. Celeste Augusto, de projectleidster, verbonden aan de Universiteit Utrecht, instituut Uil OTS - heeft het team samengesteld door voormalige studenten van haar persoonlijk uit te nodigen deel te nemen aan het project. Het team bestond uit native-speakers Nederlands en Portugees. Één van de teamleden is Braziliaanse.
Het project maakte deel uit van een serie projecten die hebben geleid tot de publicatie van onder meer de woordenboeken Nieuw-Grieks en Deens (reeds besproken in de Linguaan). Wat de projecten en de woordenboeken gemeen hebben is het Referentie Bestand Nederlands (RBN, samengesteld door de CLVV) en een programma waarmee dat uitgangsbestand gelinkt werd aan een bestand van de – in ons g eva l - Portugese taal. Wij hadden de beschikking over het zéér rijke uitgangsbestand van Editorial VERBO, die de nu verschenen woordenboeken op de Portugese markt uitbrengt. Zo hadden we de zekerheid dat de basis van de beide delen goed was en we probeerden zoveel mogelijk de rel eva nte informatie van beide bestanden over te nemen om zo een evenwichtig geheel te maken.
Opbouw van de artikelen
De artikelen bevatten óf een beschrijving van het trefwoord óf een verwijzing naar een ander trefwoord. Indien een woord een polysemisch karakter heeft worden de meest gebruikte betekenissen vermeld. De volgorde van vermelding is altijd van letterlijke betekenis naar figuurlijke, en van algemeene naar gespecialiseerde.
Het grootste deel van de betekenissen is voorzien van voorbeeldzinnen, waarbij eveneens speciale aandacht is besteed aan het gebruik van voorzetsels, veel voorkomende woordcombinaties en idiomatisch gebruik. Door de vermelding van de woordcombinaties (“je bed opmaken”, “de tafel dekken” “verkiezingen uitschrijven” enzovoorts) worden de nuanceringen van de verschillende betekenissen niet alleen duidelijker, maar zij stellen de gebruiker tevens in staat om trefzekerder de juiste keuze te maken. Deze contextuele weergave van betekenissen met hun vertalingen verleent aan dit woordenboek zijn bijzonder karakter. Zodoende zal een Nederlandstalige gebruiker die bijvoorbeeld op zoek is naar de vertaling van het werkwoord aankunnen, in de betekenis "passen" door de verschillende betekenissen van de ingang aankunnenvtr worden geleid, totdat hij onder nummer 3 de semantische informatie <aantrekken van kleding> vindt met de Portugese vertalingen servirvtr en met het voorbeeld ik kan deze broek niet meer aan // estas calças já não me servem. Uit dit voorbeeld valt overigens het gebruik van het werkwoord servir met lijdend voorwerp af te leiden. Als de Nederlandse gebruiker daarentegen in een document het woord abono ziet staan in de combinatie abono de família, dan biedt het deel P/N onder de ingang abono 1 bij de derde betekenis <subsídio> het gezochte voorbeeld abono de família met als vertaling naar het Nederlands kinderbijslag (de) geeft, waarbij het lidwoord wordt gegeven ter wille van de Portugese gebruiker.
Vertaalwerk en correctie
Veel mensen vroegen ons ‘hoe we dat nou aanpakten’ of ‘bij welke letter we waren’. Maar omdat we steeds met een groepje mensen tegelijkertijd aan het werk waren, besloten we om het alfabet te verdelen, onder meer zodat we elkaar niet “in de weg” zouden zitten in de naslagwerken. Op een gegeven moment waren er een paar mensen bezig met de laatste letters Nederlands-Portugees, terwijl anderen al aan het andere deel werkten. Iedereen werkte overigens part-time aan het woordenboek, naast onze andere activiteiten als zelfstandig tolk/vertaler, als ondernemer, in loondienst of als moeder (inderdaad bestond het hele team uit vrouwen, wat Celeste aan het einde van haar speech bij de presentatie van het woordenboek de opmerking ontlokte dat het cliché van woordenboekenmakende mannen nu wel overboord kan!).
De vertalers kregen een (stuk van een) letter en zagen steeds per lemma alle informatie die in het oorspronkelijke uitgangsbestand stond. Dat was veel te veel informatie voor een vertaalwoordenboek en dus moest daarin flink worden geschrapt. Dat deden ze volgens richtlijnen die we in onderling overleg hadden vastgesteld. Allereerst werd gesnoeid in het aantal lemmata, waarbij vooral veel samenstellingen het moesten ontgelden. Voorts waren er vrijwel bij ieder lemma teveel voorbeelden. Die voorbeelden waren gelukkig ingedeeld op functie (zie boven), zodat de keuze daarin ook redelijk snel gemaakt kon worden.
Vervolgens begon het vertaaltraject, waarbij we zoveel mogelijk probeerden per betekenis 2 of 3 vertalingen te geven. We gebruikten daarbij allerlei naslagwerken; de Dikke Van Dale en de Porto Editora voor het Portugees (beide op CDROM) en alle denkbare bestaande vertaalwoordenboeken op CDROM en op papier van en uit het Portugees en Nederlands (via Engels, Spaans, Frans, Latijn, etc.). Verder gebruikten we synoniemenwoordenboeken, geïllustreerde woordenboeken, thematische woordenboeken (medisch, juridisch, economisch), uitdrukkingenwoordenboeken, enzovoorts. We zochten natuurlijk ook véél op het Internet waarbij we het Eurodicautom raadpleegden en allerlei andere databases. We zochten op sites over onderwerpen waar we mee bezig waren en ga zo maar door. Daarna google-den we met de gevonden termen om te zien of ze daadwerkelijk gebruikt konden worden.
Als er geen vertaling te geven was (bij “elfstedentocht” bijvoorbeeld), omschreven we het begrip. Dat principe hanteerden we ook bij idiomatische uitdrukkingen; als we geen equivalent konden vinden, werd de betekenis ervan omschreven. Bij scheldwoorden en schuttingtaal hebben we steeds voor ogen gehouden dat de vertaling op hetzelfde pragmatische niveuau of íets erboven moest zijn. Daar hebben we trouwens vaak over gediscussieerd en véél om gelachten! Gesprekken als: “Goedemorgen Karolien, alles goed? Luister, vind jij “klootzak” nou erger dan “hufter” of is het juist omgekeerd?” waren bij ons heel normaal!
Celeste, nog een collega en ikzelf deden de correctie van het werk van de vertalers. We verdeelden die correctie zoveel mogelijk, zodat meerdere ogen (met verschillende moedertalen!) het werk konden beoordelen. Af en toe hadden we plenair overleg (met veel koffie en lekkere hapjes) … wat altijd bijzonder geanimeerde discussies opleverde, meestal over de idiomatische uitdrukkingen, waarvan er behoorlijk veel zijn opgenomen. Alle termen die we erg specialistisch vonden maar die we desondanks toch wilden handhaven gingen de wereld over naar Nederlands- en Portugeestalige artsen, wetenschappers, IT-specialisten, juristen, enzovoorts, die ons aan een equivalent in hun taal probeerden te helpen.
Problemen
Van iedere woordenboekenmaker hoor ik het, en ook wij kregen nogal wat lastige situaties op ons bord. Enerzijds betroffen die de technische kant: toestanden die ontstaan bij het via de computer matchen van twee verschillende bestanden, informatie die verdwijnt of juist op héél gekke plekken opduikt, problemen met een oververhitte server, noem maar op. Gelukkig was de technische dienstverlening – van de Universiteit Utrecht en van dr. E. (Isa) Maks van de Vrije Universiteit Amsterdam - steeds geweldig!
Interessanter voor dit stuk zijn de problemen van inhoudelijke aard. Die hadden we bijvoorbeeld rondom het concept bijvoeglijk naamwoord versus bijwoord. In het Nederlands kan bijna ieder bijvoeglijk naamwoord fungeren als bijwoord. Er zijn dan ook in het deel NP maar weinig bijwoorden opgenomen, simpelweg omdat het trefwoord is opgenomen als bijvoeglijk naamwoord. In het Portugees zijn deze twee woordgroepen echter strikt gescheiden! Daarmee moesten we dus rekening houden bij het linken van de informatie, anders zouden (zoals mijn vader vroeger zei) appels en peren met elkaar vergeleken gaan worden.
Een ander probleem was de (on)overgankelijkheid van werkwoorden. In het uitgangsbestand van VERBO hadden ze het begrip erg ruim genomen en waren dus erg veel werkwoorden opgenomen met een overgankelijke én een onovergankelijke lezing, waarvan de laatste niet altijd feitelijk juist was. Ook bij het Nederlandse bestand was daarover soms onduidelijkheid. De kenners stonden lijnrecht tegenover elkaar in bepaalde kwesties… die hebben we dus maar omzeild of zelfs geschrapt!
Afkicken
Ik merk dat ik, nu ik al een jaar weinig meer bezig ben met het woordenboek (de uitgever, drukker, enz. des te meer!) echt een beetje moet afkicken. Ik lees bijvoorbeeld nog steeds alle etiketten in de supermarkt, verslind de reclamekrantjes van de doe-het-zelver op zoek naar bepaalde termen en neologismen, schrijf gekke uitdrukkingen en krantenkoppen op en vraag tot vervelens toe dóór naar bepaalde woorden en uitdrukkingen die vrienden wel of juist niet gebruiken (“maar waarom zeg je dat dan en wanneer zeg je het, en wat bedóel je nou precies en zou je dat ook tegen .. zeggen?”).
Tijdens het maken van het woordenboek zakten we soms even weg in het moeras van de talen en ik herinner me bijvoorbeeld een middag dat we ons hoofd braken over de term “vluchthaven”. Die was alleen opgenomen met de betekenis van een ‘plek waar je bij g eva ar naar toe vlucht’, terwijl wij toch zéker meenden dat het óók zo’n ‘station voor vliegtuigen’ was! Nee, dat is een lúchthaven of een vliegveld… maar het duurde even voor we doorhadden waar de schoen wrong (welke uitdrukking trouwens is vertaald met “aqui é que a porca torce o rabo”!).
Ik heb in de jaren dat ik bezig was met het woordenboek bijzonder veel geleerd. Pas aan het einde van het project hadden we met z’n allen het gevoel dat we het kónden! Het ergste is, is dat ik inmiddels zo vreselijk veel weer vergeten ben! Dan zit ik met een te vertalen tekst waarin een bepaald woord staat en ik zeker weet dat we daarover hebben gesproken “indertijd” en dan kom ik toch níet op de juiste vertaling. Nou, het is maar goed dat de boeken er nu echt liggen en ik ze kan vasthouden … ; kan ik het tenminste opzoeken!
terug